ECLI:NL:RVS:2023:4014
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over rechtmatigheid grensdetentie vreemdeling
De vreemdeling arriveerde op 28 maart 2023 op Schiphol en diende een asielaanvraag in. De staatssecretaris legde daarop een vrijheidsontnemende maatregel op in het kader van de grensprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond omdat de screening pas op de derde dag na het aanmeldgehoor plaatsvond, wat volgens de rechtbank te laat was en leidde tot onrechtmatige grensdetentie.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve de dag van screening had betrokken en dat de beoordeling van de voortvarendheid niet in deze procedure thuishoorde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht heeft getoetst of de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld, omdat stilzitten tijdens de procedure geen verband hield met de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag.
De staatssecretaris lichtte toe dat het beleid is om de screening zo spoedig mogelijk, binnen de rust- en voorbereidingstijd, uit te voeren, met een afweging op de derde dag. Sinds juni 2023 is dit aangescherpt. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris in dit geval voldoende voortvarend heeft gehandeld en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.