ECLI:NL:RBDHA:2024:10983
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering bij Dublin-overdracht naar Kroatië
Eisers, een echtpaar met de Iraakse nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in nadat zij eerder in Kroatië een verzoek om internationale bescherming hadden ingediend. De staatssecretaris nam de aanvragen niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië geldt, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die overdracht van eisers naar Kroatië van onevenredige hardheid maken. Eisers hebben onrechtmatige behandeling in Kroatië ondervonden, waaronder mishandeling en vernedering, en medische dossiers tonen ernstige psychische klachten.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen, maar eisers krijgen proceskostenvergoeding. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van individuele omstandigheden bij Dublin-overdrachten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt de staatssecretaris op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.