Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Verwijzing naar de zienswijze
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 7 november 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 12 juni 2024 werd afgewezen met de verplichting tot terugkeer naar Algerije. Eiser stelde dat hij vanwege discriminatie als Berber en slechte sociaaleconomische omstandigheden in Algerije risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de discriminatie als onvoldoende ernstig beschouwde om als vluchteling te kwalificeren, mede omdat eiser onvoldoende onderbouwing gaf dat de discriminatie hem ernstig in zijn bestaansmogelijkheden beperkte. Wel had de minister de sociaaleconomische omstandigheden moeten betrekken bij de beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Vanwege dit motiveringsgebrek vernietigde de rechtbank het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de minister in beroep het gebrek had hersteld en voldoende had gemotiveerd dat de sociaaleconomische situatie niet leidt tot een reëel risico. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend van € 1.750,-.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de minister dit in beroep heeft hersteld.