ECLI:NL:RBDHA:2024:11078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestreden besluit asielafwijzing wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen blijven in stand
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 5 november 2021 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij mishandeld werd door zijn tweede moeder vanwege voodoo-praktijken, waarbij zijn moeder en zus waren overleden door voodoo. De minister wees de aanvraag op 4 maart 2024 af en legde aanvankelijk een inreisverbod op, dat later werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over de mishandeling. De rechtbank volgt eiser dat zijn verklaringen over de mishandeling een samenhangend geheel vormen en dat de vermeende tegenstrijdigheid niet standhoudt.
Desondanks blijft de minister bij zijn oordeel dat de verklaringen over de voodoo-gerelateerde sterfgevallen niet geloofwaardig zijn, mede vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten en onvoldoende onderbouwing. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het overige oordeel van de minister kan dragen dat het relevante element ongeloofwaardig is.
De rechtbank wijst erop dat de minister de geloofwaardigheid heeft beoordeeld conform de werkinstructie WI 2014/10 en dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het gunnen van het voordeel van de twijfel. De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.750,- aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de asielaanvraag wordt terecht afgewezen.