ECLI:NL:RVS:2021:1820
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielverhaal vreemdelingen
De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 april 2019 werd afgewezen en bij aanvullend besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De vreemdelingen stelden dat zij vervolging vrezen door de Georgische autoriteiten vanwege hun werkzaamheden voor het oude regime.
De staatssecretaris achtte het werk van de vreemdeling als lijfwacht geloofwaardig, maar niet de beweringen over systematische ondervraging, bedreigingen en geheime strafprocessen. De rechtbank vond de getuigenverklaringen onvoldoende betrouwbaar, omdat deze grotendeels gebaseerd waren op wat de vreemdelingen aan de getuigen hadden verteld en niet werden ondersteund door algemene bronnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van getuigen die deels uit eigen waarneming spraken, het relaas van de vreemdelingen niet onderschrijven. Ook werd onvoldoende onderkend dat auditu-verklaringen weliswaar minder bewijskracht hebben, maar niet zonder bewijswaarde zijn.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de motiveringen van de Afdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.