ECLI:NL:RBDHA:2024:11111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsbeperking op 18e levensjaar
Eiser vroeg op 25 november 2022 laattijdig een Wajong-uitkering aan wegens diverse medische klachten die al rond zijn 18e levensjaar aanwezig waren. Verweerder wees de aanvraag af na medisch onderzoek door een primaire verzekeringsarts die concludeerde dat eiser wel beperkingen had, maar nog minimaal vier uur per dag belastbaar was.
In het bezwaar handhaafde verweerder het besluit, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) oordeelde dat er geen bewijs was van arbeidsbeperkende beperkingen op het 18e levensjaar. De rechtbank overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede omdat de verzekeringsarts b&b eiser had gehoord en zijn oordeel goed had gemotiveerd.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende nieuwe medische informatie had aangeleverd die het oordeel van de verzekeringsarts b&b zou ondermijnen. Gezien het ontbreken van bewijs van arbeidsbeperkingen op het 18e levensjaar, was het standpunt van verweerder dat eiser ten minste vier uur per dag belastbaar was, terecht.
Daarom wees de rechtbank het beroep af en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C.G. Meeder op 30 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard.