Verzoekster is op 22 april 2024 in beroep gegaan tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift. Op 15 mei 2024 heeft de minister alsnog een besluit genomen, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen tijdens het beroep. Daarom veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht van €187,- en de proceskosten van €437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank acht het beroep van licht gewicht omdat het uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en bekendgemaakt op 15 juli 2024.