Uitspraak
Beschikking in de zaak van:
[vrouw] ,
[man] ,
Procedure
- het verweer namens de man ingekomen op 7 december 2023, met bijlagen;
- de e-mail van 11 december 2023 namens de vrouw, met bijlagen waaronder de
Rechtbank Den Haag
Partijen hebben een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding ingediend met het verzoek om het tussen hen overeengekomen ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. De vrouw overlegt een ouderschapsplan en convenant waarover zij het inhoudelijk eens zijn, maar de man weigert deze te tekenen. De vrouw beroept zich op een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag waarin werd vastgesteld dat een overeenkomst ook zonder ondertekening rechtsgeldig kan zijn.
De man voert verweer dat er geen perfecte overeenkomsten tot stand zijn gekomen. De rechtbank beoordeelt of het niet opnemen van het ongetekende convenant en ouderschapsplan een kennelijke fout is die eenvoudig hersteld kan worden op grond van artikel 31 en Pro 32 Rv.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke fout, omdat partijen verdeeld zijn over het bestaan van de overeenkomst en het niet opnemen van het convenant en ouderschapsplan daarom niet direct duidelijk als vergissing kan worden aangemerkt. Ook is er geen sprake van een omissie die eenvoudig kan worden hersteld. De rechtbank wijst het verzoek tot verbetering en/of aanvulling van de beschikking af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de herstelbeschikking om het ouderschapsplan en convenant op te nemen in de echtscheidingsbeschikking.