ECLI:NL:RBDHA:2024:11218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hansen-Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing inreisverbod ondanks duurzame relatie met Nederlandse partner in Spanje
Eiseres, van Colombiaanse nationaliteit, kreeg op 1 augustus 2022 een inreisverbod van twee jaar opgelegd na afwijzing van haar asielaanvraag. Zij verzocht op 26 juni 2023 om opheffing van het inreisverbod om zich bij haar Nederlandse partner in Spanje te vestigen. De minister wees dit verzoek af omdat eiseres niet had aangetoond dat zij ten minste één jaar buiten Nederland en de EU verbleef of rechtmatig verblijf had in Spanje.
Eiseres stelde dat zij een duurzame relatie heeft met haar Nederlandse partner en dat zij op grond van de Verblijfsrichtlijn rechten kan ontlenen aan haar verblijf in Spanje. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs bieden dat de Spaanse autoriteiten het verblijfsrecht hebben vastgesteld. Het is aan eiseres om dit aan te tonen.
De rechtbank overwoog verder dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 EU Pro-Handvest, het recht op familie- en gezinsleven, niet leidt tot opheffing omdat er geen inmenging in het familieleven in Nederland is en het verblijfsrecht in Spanje moet worden vastgesteld door de Spaanse autoriteiten.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat eiseres geen gewijzigde omstandigheden aannemelijk maakte die het inreisverbod disproportioneel maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.