ECLI:NL:RBDHA:2024:11220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op urgentieverklaring wegens niet voldoen aan voorwaarden huisvestingsverordening
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring vanwege de traumatische bevalling van haar zoontje en de impact daarvan op haar dagelijks leven, alsmede de wens voor een grotere woonruimte ter bevordering van de revalidatie van haar zoontje. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 4:5 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het niet aantoonbaar reageren op het beschikbare woningaanbod in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres haar woonprobleem redelijkerwijs met gerichte behandeling kan oplossen, terwijl uit de medische stukken blijkt dat eiseres de behandeling zelf heeft stopgezet. Daarnaast achtte verweerder het slechte onderhoud van de woning geen urgent huisvestingsprobleem en wees erop dat eiseres niet voldoende heeft gereageerd op passend woningaanbod buiten eengezinswoningen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de Huisvestingsverordening correct heeft toegepast en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is, gezien de grote woningzoekendenpopulatie in de regio. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen urgentieverklaring krijgt en het griffierecht niet wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.