ECLI:NL:RVS:2023:412
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van een woningzoekende die een urgentieverklaring had aangevraagd bij het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, welke was afgewezen. De woningzoekende woont in een kleine woning en klaagde over onveilige omstandigheden en geluidsoverlast. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat de situatie niet uitzonderlijk was en de inschrijving was verlopen door eigen nalatigheid.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de woningzoekende niet viel onder de categorieën die recht geven op urgentie volgens de Huisvestingsverordening. Ook werd geoordeeld dat het dagelijks bestuur de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen gezien de krappe woningmarkt en het grote aantal woningzoekenden.
In hoger beroep stelde de woningzoekende dat de verordening niet in overeenstemming was met hogere wetgeving en dat haar situatie bijzondere aandacht verdiende. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de verordening rechtmatig is en dat de belangenafweging juist was gemaakt. Tevens werd geoordeeld dat internationale verdragsbepalingen niet rechtstreeks toepasbaar zijn en geen recht op woonruimte garanderen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.