ECLI:NL:RBDHA:2024:11231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep op identiteit en leeftijd
Verzoeker heeft zijn beroep ingetrokken nadat de minister op basis van het door verzoeker in beroep overgelegde paspoort zijn identiteit en leeftijd heeft vastgesteld. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenveroordeling. De minister stelde dat het paspoort pas in beroep was overgelegd en dus beschikbaar was voor onderzoek.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling alleen kan worden opgelegd als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. Intrekking of wijziging van een besluit op grond van nieuwe feiten of buiten de onderzoekslast vallende informatie vormt geen tegemoetkomen.
In deze zaak is het oorspronkelijke besluit dat verzoekers identiteit niet kon worden vastgesteld, niet onrechtmatig gebleken. De minister heeft de identiteit en leeftijd vastgesteld op basis van het paspoort dat verzoeker in de beroepsfase heeft overgelegd. Daarom is geen sprake van tegemoetkomen en bestaat geen grond voor proceskostenveroordeling.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling als kennelijk ongegrond af en doet uitspraak zonder zitting.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door de minister.