Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag, nadat de rechtbank Den Haag in een eerdere uitspraak van 8 november 2023 had bepaald dat verweerder binnen zestien weken opnieuw moest beslissen. Omdat verweerder niet binnen deze termijn had beslist, stelde eiseres beroep in.
De rechtbank overweegt dat in beginsel een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld, maar dat dit in dit geval niet nodig is vanwege de uitdrukkelijke en inmiddels verstreken beslistermijn in de eerdere uitspraak. Verweerder verzocht om een verlenging van de beslistermijn tot acht weken na 15 juli 2024, wat de rechtbank onder de gegeven omstandigheden toewijst.
De rechtbank legt een uiterlijke beslistermijn van acht weken op en verbindt daaraan een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 bij overschrijding. Daarnaast veroordeelt zij verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.