ECLI:NL:RBDHA:2024:11386
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor verhuizing vanuit zorginstelling naar zelfstandige woonruimte
Verzoekster verblijft momenteel in een zorginstelling vanwege psychische problemen en autisme en wil verhuizen naar een zelfstandige woonruimte binnen vijf kilometer van haar familie voor mantelzorg. Haar aanvraag voor een urgentieverklaring werd door verweerder afgewezen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden, met name omdat zij geen zelfstandige woonruimte achterlaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht de hardheidsclausule niet heeft toegepast, omdat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat haar situatie zo ernstig is dat een uitzondering gerechtvaardigd is. Er zijn geen medische gegevens overgelegd die aantonen dat haar verblijf in de instelling ongeschikt is of dat haar behandeling nadelig wordt beïnvloed. Ook is niet aangetoond dat er sprake is van structurele overlast of incidenten die een acute problematiek vormen.
Verweerder heeft beleidsvrijheid bij het toekennen van urgentieverklaringen en is gebonden aan de strenge weigeringsgronden uit de huisvestingsverordening en beleidsregels. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel stand zal houden in de bezwaarprocedure.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, zonder aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen.