ECLI:NL:RBDHA:2024:11527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen kennisgeving voortduring vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Eiser, een Cubaanse vreemdeling, kreeg op 5 juni 2024 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd na terugkeer uit Cuba, waar hem de toegang was geweigerd. Eerder was op 28 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd die op 4 juni 2024 werd opgeheven.
Eiser stelde op 7 juni 2024 beroep in tegen de oplegging van de maatregel. Op 3 juli 2024 wees de rechtbank uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Op diezelfde dag diende verweerder een kennisgeving in van de voortduring van de maatregel, welke door de rechtbank werd aangemerkt als een nieuw beroep.
De rechtbank oordeelde dat de kennisgeving werd ontvangen vóór de uitspraak op het eerste beroep, waardoor verweerder geen verplichting had tot kennisgeving volgens artikel 94 Vw Pro en het arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2022. De kennisgeving was daarom onverplicht en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zag ook geen aanleiding om dit beroep als vervolgberoep te beschouwen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving van de voortduring van de maatregel is niet-ontvankelijk verklaard.