Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 8 juli 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het bezit van identificerende documenten, waaronder een Italiaanse identiteitskaart, en een bevel zich onmiddellijk naar Italië te begeven. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing ervan. De rechtbank concludeerde dat eiser voldoende identificeerbaar was en dat de minister terecht geen lichter middel toepaste, mede gelet op de medische omstandigheden en de aanwezigheid van medische zorg in het detentiecentrum. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat hij rechtmatig verblijf zou hebben omdat hij nog rechtsmiddelen kon aanwenden tegen het bevel.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voortvarend heeft gehandeld door op de dag van inbewaringstelling een uitzettingshandeling te verrichten en dat eiser op 17 juli 2024 daadwerkelijk naar Italië is uitgezet. Daarmee ontbrak het zicht op uitzetting niet. Gezien deze omstandigheden was de maatregel niet onrechtmatig en werd het beroep ongegrond verklaard, evenals het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.