ECLI:NL:RBDHA:2024:11597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag en onrechtmatige verlenging beslistermijn
Eiser heeft op 16 juni 2023 een asielaanvraag ingediend bij verweerder. Nadat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden had beslist, stelde eiser verweerder op 19 december 2023 in gebreke en gaf hem een termijn van twee weken om alsnog te beslissen. Omdat verweerder geen besluit nam, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2023/3 niet rechtsgeldig is, conform eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak. Verweerder had dus binnen zes maanden moeten besluiten, wat niet is gebeurd. Het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van zestien weken op, passend binnen de redelijke termijn zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €875 toegekend, waarbij de rechtbank een wegingsfactor van 1 hanteert vanwege de gemiddelde zwaarte van de zaak.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Roubos en uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder krijgt zestien weken om te beslissen en een dwangsom opgelegd bij overschrijding.