Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 had bepaald dat de minister binnen twintig weken opnieuw moest beslissen op de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt de minister een termijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen, ingaande op de dag van verzending van deze uitspraak.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 200,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen en wijst het ontbreken van een verweerschrift van de minister aan. Het beroep richt zich uitsluitend op de overschrijding van de beslistermijn en wordt daarom met een lagere wegingsfactor voor proceskosten toegekend.