AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Herbeoordeling asielaanvraag Colombiaanse vrouw wegens onvoldoende integrale geloofwaardigheidsbeoordeling
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, diende op 26 november 2022 een asielaanvraag in die door de IND op 26 juli 2023 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiseres behandeld en geoordeeld dat het bestreden besluit niet voldoet aan de vereisten van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling zoals voorgeschreven in de Werkinstructie 2014/10.
De rechtbank constateerde dat de IND het asielrelaas van eiseres onjuist en te beperkt had samengevat, met name door onvoldoende aandacht te besteden aan de complexiteit van haar leningen via verschillende "gota a gota" geldschieters en de bedreigingen door meerdere bendes. Tevens werden bewijsstukken zoals audioberichten, WhatsApp-berichten en aangiftes niet adequaat onderzocht of betrokken bij de beoordeling.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de IND ten onrechte wisselende en tegenstrijdige verklaringen had vastgesteld zonder de toelichtingen en correcties van eiseres mee te wegen. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de context van voortdurende bedreigingen over een lange periode. Gelet op deze tekortkomingen werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de IND opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Eiseres kreeg tevens een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de IND wordt opgedragen de asielaanvraag opnieuw te beoordelen binnen acht weken.
Voetnoten
1.Zie overweging 3 van deze uitspraak.
2.Pagina 11 van het verslag nader gehoor.
3.Afdeling bestuursrechtspraak voor de Raad van State.
4.Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
5.Zie bijvoorbeeld de arresten van 18 december 2012, ( F.N. tegen Zweden, nr. 28774/09, ECLI:CE:ECHR:2012:1218JUD002877409, M.A. tegen Zwitserland van 18 november 2014, nr. 52589/13, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD005258913, en [naam 3] tegen België van 2 oktober 2012, nr. 33210/11, ECLI:CE:ECHR:2012:1002JUD003321011).
6.Dit volgt uit de WI 2014/10.
8.Zie met name pagina’s 90 tot en met 92, paragraaf 3.8.
9.Pagina 12 van het nader gehoor.
10.Richtlijn 2011/95/EU.
11.Pagina 19 van het nader gehoor.
12.Pagina 12 van het nader gehoor.
13.Pagina 13 van het nader gehoor.
14.Pagina 15 van het nader gehoor.
15.Pagina’s 19 en 20 van het nader gehoor.
16.Pagina 9 van het nader gehoor.
17.Pagina 9 van het nader gehoor.
18.Algemene wet bestuursrecht.