ECLI:NL:RBDHA:2024:11802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens premature ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 25 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verlengde de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3 met negen maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 25 september 2024 viel.
Eiser stelde verweerder op 16 april 2024 schriftelijk in gebreke, maar deze ingebrekestelling werd door de rechtbank als prematuur beoordeeld omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldeed eiser niet aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was.
De rechtbank besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees een proceskostenveroordeling af. Er vond geen zitting plaats omdat partijen geen zitting wensten.
Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling.