ECLI:NL:RBDHA:2024:1185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-Duitsland claimakkoord
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld en concludeert dat het claimakkoord met Duitsland rechtsgeldig tot stand is gekomen. Hoewel eiser betoogt dat Spanje verantwoordelijk zou moeten zijn vanwege zijn verblijf en inschrijving aldaar, volgt de rechtbank het standpunt van de staatssecretaris dat Duitsland verantwoordelijk is omdat eiser daar een eerdere asielaanvraag heeft ingediend.
De rechtbank erkent een motiveringsgebrek omdat onvertaalde stukken van eiser niet zijn betrokken in het besluit, maar past artikel 6:22 Awb Pro toe en ziet hierin geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.750.