ECLI:NL:RBDHA:2024:11882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig derde land Irak voor eiser
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende in 2023 een nieuwe asielaanvraag in nadat zijn eerdere verblijfsvergunning in Nederland was ingetrokken. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het bestaan van een veilig derde land, namelijk Irak, en meer specifiek de Koerdische Autonome Regio (KAR), waar eiser eerder legaal verbleef en toegang had tot voorzieningen.
De rechtbank toetste of verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. Verweerder baseerde zijn standpunt op beleidsinformatie en individuele omstandigheden van eiser, waaronder zijn langdurige verblijf in de KAR zonder problemen en toegang tot medische zorg.
Eiser voerde aan dat zijn medische en psychische toestand, de slechte leefomstandigheden en onzekerheid over verblijfsrecht en toegang tot Irak dit oordeel onredelijk maken. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat verweerder zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat Irak voor eiser een veilig derde land is.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de stelling dat verweerder ambtshalve had moeten toetsen aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet faalden. De rechtbank wees het beroep af en wees tevens het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.