Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Het oordeel van de rechtbank
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 2 mei 2024 een asielaanvraag in aan de Nederlandse grens. Naar aanleiding hiervan werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Zijn asielaanvraag werd afgewezen en het daaropvolgende beroep bij de rechtbank werd eveneens ongegrond verklaard. Op 20 juni 2024 werd de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.
Eiser stelde dat de grensdetentie te lang duurde vanwege het lopende hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en dat de detentie onevenredig belastend was door meerdere verplaatsingen tussen detentiecentra. De rechtbank oordeelde dat grensdetentie tijdens het hoger beroep is toegestaan zolang voldaan wordt aan de voorwaarden van de Opvangrichtlijn en dat het belang van grensbewaking zwaarder weegt dan de duur van de detentie.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de verplaatsingen tussen het Justitieel Complex Schiphol en Detentiecentrum Rotterdam niet leiden tot een onrechtmatige vrijheidsontneming. De feitelijke uitvoering van de maatregel valt buiten de beoordeling van de rechtmatigheid. Eiser had ook onvoldoende onderbouwd dat hij detentieongeschikt was of dat medische voorzieningen tekortschoten.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Roubos en griffier N.F. van der Gouw.
Uitkomst: Het beroep tegen de grensdetentie is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.