ECLI:NL:RBDHA:2024:12023
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beoordeeld om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat bijzondere individuele omstandigheden en schendingen van internationale verplichtingen in Kroatië een inhoudelijke beoordeling vereisten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en onderbouwde bewijsstukken heeft overgelegd die aantonen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van fundamentele systeemfouten. De stellingen over mensonterende behandeling en stress bij het gezin zijn niet met medische of andere documenten onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat klachten bij Kroatische autoriteiten zinloos zouden zijn.
De rechtbank bevestigde het interstatelijke vertrouwensbeginsel dat de Nederlandse overheid mag uitgaan van de naleving van verplichtingen door andere lidstaten. Verweerder hoefde daarom geen nader onderzoek te doen. Het beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter zonder zitting op 23 juli 2024. Tegen deze uitspraak staat beroep open via een verzetschrift binnen zes weken, behalve tegen het voorlopige voorzieningsbesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.