ECLI:NL:RBDHA:2024:12054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke procedure
De staatssecretaris heeft op 21 maart 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was reeds eerder door de rechtbank getoetst en geacht rechtmatig te zijn tot het sluiten van dat onderzoek. Nu is ambtshalve getoetst of de maatregel nog voldoet aan de eisen van het Unierecht, mede naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De staatssecretaris heeft een aanvraag om afgifte van een laissez passer ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten, waarbij per abuis een oud v-nummer werd gebruikt. Dit werd echter niet als onzorgvuldig beoordeeld, omdat de aanvraag meer gegevens bevatte, waaronder een kopie van het paspoort en vingerafdrukken. De staatssecretaris heeft meerdere contacten onderhouden met de Marokkaanse autoriteiten en de zaak van eiser besproken.
Eiser heeft meerdere keren aangegeven niet mee te willen werken aan terugkeer naar Marokko, terwijl hem een plicht tot actieve medewerking rust. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt en ziet geen reden om de maatregel van bewaring te beëindigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel van bewaring.