ECLI:NL:RBDHA:2024:12061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Ziektewet-uitkering met terugwerkende kracht in strijd met vertrouwensbeginsel
Eiseres meldde zich op 27 april 2022 ziek en kreeg per 27 juli 2022 een Ziektewet-uitkering toegekend. Verweerder trok deze uitkering met terugwerkende kracht in per 27 april 2022, omdat eiseres geschikt werd geacht haar eigen arbeid te verrichten. Eiseres stelde dat het onderzoek ondeugdelijk was, dat medische informatie niet integraal was meegewogen en dat sprake was van strijd met het vertrouwensbeginsel en het beginsel van equality of arms.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapportages voldoende waren betrokken. De klachten van eiseres werden niet onterecht gerelateerd aan eerdere ziekmeldingen en er was geen sprake van vooringenomenheid. De rechtbank vond ook dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad om de medische bevindingen te betwisten, waardoor geen onafhankelijke deskundige hoefde te worden benoemd.
Belangrijk was dat het besluit van 12 september 2022 waarin de ZW-uitkering werd toegekend, geen voorbehoud bevatte en eiseres gerechtvaardigd vertrouwen gaf op de uitkering vanaf 27 juli 2022. De intrekking met terugwerkende kracht tot die datum was daarom in strijd met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank bepaalde dat de intrekking per 15 november 2022 mocht ingaan en dat verweerder de uitkering over 1 tot en met 14 november 2022 nog moest betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de intrekking per eerdere datum betrof, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De intrekking van de ZW-uitkering met terugwerkende kracht tot 27 juli 2022 is onrechtmatig; intrekking geldt vanaf 15 november 2022.