ECLI:NL:RBDHA:2024:12124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens te late beslissing bezwaarschrift
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie. Verweerder heeft niet tijdig op het bezwaarschrift beslist, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank. Op 21 mei 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het bezwaarschrift. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek tot proceskostenveroordeling. Volgens artikel 8:75a Awb kan de rechtbank bij intrekking van een beroep, indien het bestuursorgaan aan de indiener tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen. Gelet op de aard en het beperkte belang van de zaak werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag voor proceskosten. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten en het door verzoeker betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten en het griffierecht.