ECLI:NL:RBDHA:2024:12140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
De minister van Asiel en Migratie heeft op 22 mei 2024 het asielverzoek van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Tijdens de procedure informeerde de minister de rechtbank dat eiser op 29 juni 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer met hem krijgen.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, in beginsel geen prijs meer stelt op bescherming. Dit geldt ook als de gemachtigde geen contact meer heeft met de vreemdeling over de procedure.
Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en niet heeft laten weten dat hij nog prijs stelt op bescherming, concludeert de rechtbank dat hij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De nuancering in recente jurisprudentie is niet van toepassing omdat er geen recente informatie is waaruit contact blijkt.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier H.C.M. Pijnenburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.