De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was opgelegd op 4 mei 2024 en eerder getoetst bij uitspraak van 24 mei 2024. De rechtbank heeft het voortduren van de bewaring sinds 21 mei 2024 onderzocht op rechtmatigheid.
Eiser stelde dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt en dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, nu een aanvraag voor een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten is ingediend en nog in behandeling is. Tevens is de minister voldoende actief geweest met vertrekgesprekken en rappelleren bij de autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat het feit dat eiser inmiddels twee maanden in bewaring zit onvoldoende is om de maatregel als onevenredig te beschouwen. Ook ontbraken aanwijzingen dat de rechtmatigheidsvoorwaarden voor het voortduren van de bewaring niet zijn nageleefd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.