ECLI:NL:RBDHA:2024:21672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en rechtmatig bevonden. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije vanwege het uitblijven van een laissez-passer en het gebrek aan volledige medewerking van de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van het laissez-passer en het annuleren van een presentatie niet betekent dat de autoriteiten niet meewerken, mede omdat de aanvraag nog in behandeling is en presentaties soms worden vervangen door vingerafdrukverificatie.
Daarnaast stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend is in het uitzettingsproces. De rechtbank stelde vast dat de minister meerdere rappels heeft gedaan en vertrekgesprekken heeft gevoerd. Eiser had onvoldoende inspanningen geleverd om zijn uitzetting te bespoedigen, zoals het verkrijgen van een kopie van zijn paspoort. Ook wees de minister op het aanbod van vrijwillige terugkeer via de IOM, dat eiser afwees.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig en evenredig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.