ECLI:NL:RBDHA:2024:12303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen visumaanvraag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de weigering van een visum voor kort verblijf. Nadat de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog heeft ingewilligd, heeft verzoekster het beroep ingetrokken en proceskostenvergoeding gevorderd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de aanvraag alsnog te honoreren. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verzoekster toewijzen.
De proceskosten worden vastgesteld op € 418,50 voor rechtsbijstand plus € 184 griffierecht, waarvan de griffierechtvergoeding rechtstreeks door verzoekster bij verweerder moet worden gevorderd. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.