ECLI:NL:RBDHA:2024:12308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse man wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor vervolging
Eiser, een Nigeriaanse man, verzocht asiel op grond van een vermeende vrees voor vervolging wegens betrokkenheid bij diefstal van stembiljetten in 2012 en een vrees voor Boko Haram. Verweerder wees het verzoek af en verleende tijdelijk uitstel van vertrek vanwege medische redenen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog steeds een reëel risico loopt op strafrechtelijke vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Nigeria. Documenten die dit zouden ondersteunen ontbraken, en het feit dat eiser na de vermeende feiten nog lange tijd in Nigeria verbleef zonder problemen, onderbouwde dit oordeel.
De vrees voor Boko Haram werd niet als relevant beschouwd, omdat eiser zelf verklaarde geen persoonlijke problemen met deze groepering te hebben gehad. De medische problematiek van eiser werd erkend, maar de rechtbank stelde dat deze niet in het kader van het asielverzoek wordt beoordeeld, maar via een aparte procedure voor uitstel van vertrek.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.