ECLI:NL:RBDHA:2024:1232
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een eerdere ingangsdatum. De rechtbank beoordeelt het verzoek op de zitting van 29 januari 2024, waar ook een schuldhulpverlener aanwezig is.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] voldoet aan de toelatingseisen, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. De WSNP-verplichtingen omvatten onder meer een informatieplicht, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en een afdrachtplicht. De regeling duurt in principe achttien maanden met een postblokkade van dertien maanden.
De rechtbank wijst het verzoek toe om de ingangsdatum van de WSNP drie maanden voor de datum van het vonnis te laten ingaan, op grond van artikel 349a lid 1 Faillissementswet en de vaststelling dat mevrouw [verzoekster] in de drie voorafgaande maanden vrijwel het volledige bedrag heeft afgelost dat volgens de Vtlb-calculator verwacht wordt. Tevens is zij volledig arbeidsongeschikt verklaard. De rechtbank waarschuwt dat het niet tijdig storten van het bedrag tot verlenging of beëindiging van de regeling kan leiden.
De rechtbank stelt de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 5 november 2023, verklaart alle beslagen vervallen en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder. De bewindvoerder krijgt de opdracht de post te controleren en mag een voorschot op vergoeding nemen volgens het geldende besluit.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot WSNP wordt toegewezen met ingangsdatum drie maanden voor het vonnis op 5 november 2023.