ECLI:NL:RBDHA:2024:1233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 5 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser eerder een asielaanvraag in Polen had gedaan en daar medische behandeling ontving.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege de situatie in Polen, met verwijzing naar AIDA-rapporten over pushbacks, gebrek aan onafhankelijke rechtspraak en ontoereikende medische zorg. Hij stelde dat overdracht aan Polen zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en individuele aanwijzingen had geleverd om het vermoeden van naleving van internationale verplichtingen door Polen te weerleggen. De medische omstandigheden waren niet zodanig dat Nederland het meest geschikte land voor behandeling is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel blijft gelden en dat de Poolse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Polen verantwoordelijk is.