ECLI:NL:RBDHA:2024:12330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen plaatsing in HTL en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een minderjarige asielzoeker van Syrische nationaliteit, is door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege meerdere ernstige incidenten, waaronder agressie, geweld en het overtreden van een locatieverbod. Het COa stelde dat deze gedragingen een grote impact hadden op de veiligheid en leefbaarheid van de opvanglocaties.
Eiser voerde aan dat het incident op 28 juni 2024 onvoldoende ernstig was en dat hij eerder die dag zelf slachtoffer was geworden van geweld. Ook stelde hij dat het tijdsverloop tussen het incident en de plaatsing niet wijst op een grote impact en dat zijn minderjarigheid onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het COa voldoende en goed gemotiveerd had besloten tot plaatsing in de HTL. Het overtreden van het locatieverbod en de dreigende houding richting COa-medewerkers rechtvaardigen de maatregel. Het tijdsverloop en het feit dat eiser slachtoffer was, veranderen dit oordeel niet.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, die steunt op het plaatsingsbesluit, eveneens ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep tegen het plaatsingsbesluit kan in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.