ECLI:NL:RBDHA:2024:12333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen plaatsing in HTL en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een minderjarige vreemdeling van Syrische nationaliteit, werd op 5 juli 2024 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen door het COa, en kreeg gelijktijdig een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit volgde op meerdere incidenten waarbij eiser zich verbaal en fysiek agressief had gedragen, waaronder een ernstig incident op 2 juli 2024 waarbij hij een COa-medewerker uitschold, bedreigde met brandstichting en fysiek aanviel, wat leidde tot verwondingen bij de medewerker.
Eiser voerde aan dat hij verward was, handelde uit zelfverdediging, spijt had en dat het tijdsverloop tussen incident en plaatsing de ernst zou verminderen. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa en de ernst van de incidenten. Het COa had meerdere correctiegesprekken gevoerd en eerdere maatregelen genomen zonder het gewenste effect.
De rechtbank stelde vast dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd heeft besloten tot plaatsing in de HTL en dat de vrijheidsbeperkende maatregel daarop steunt. Het beroep tegen beide besluiten werd daarom ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en wees zij op de mogelijkheid tot hoger beroep tegen het plaatsingsbesluit, terwijl tegen de vrijheidsbeperkende maatregel geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.