ECLI:NL:RBDHA:2024:1234
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Pakistaanse Ahmadi, diende op 14 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure, gelet op eerdere verzoeken om internationale bescherming van eiser in Duitsland en de terugname daarvan op grond van de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat het Nederlandse beschermingsbeleid voor Ahmadi’s gunstiger is dan het Duitse, waardoor hij vreest voor indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland. Hij verwees naar jurisprudentie en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en dat er geen aanwijzingen zijn voor systeemfouten in Duitsland. Hierdoor is het niet aan de Nederlandse rechter om het risico op refoulement inhoudelijk te toetsen.
De rechtbank concludeerde dat het verschil in beschermingsbeleid geen grond is om de asielaanvraag aan zich te trekken. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.