Eiser, een Nigeriaanse man die zich als homoseksueel presenteert, verzocht asiel vanwege vermeende vervolging in Nigeria. De minister wees zijn aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn verklaringen over zijn seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn persoonlijke proces van zelfontdekking en omgang met zijn geaardheid, zoals vereist volgens de Werkinstructie 2019/17. Ook waren zijn verklaringen over relaties en zijn leven als homoseksueel in Nigeria en Nederland oppervlakkig en algemeen.
Daarnaast kon eiser niet aannemelijk maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade, mede omdat de incidenten waarop hij zich beroept onvoldoende zijn onderbouwd en deels gebaseerd zijn op verklaringen van derden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.