ECLI:NL:RVS:2024:3736
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 december 2022, aangevuld op 12 december 2022, de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming relevant zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees zij het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange, in aanwezigheid van griffier E.L. Iedema, op 18 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.