ECLI:NL:RBDHA:2024:12363
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van 30 april 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van eisers niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, hadden beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank in een andere zaak uitspraak gedaan over het beroep zelf, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Om die reden is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.