ECLI:NL:RBDHA:2024:12363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.19101
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag

De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van 30 april 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van eisers niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.

Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, hadden beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

Op dezelfde dag heeft de rechtbank in een andere zaak uitspraak gedaan over het beroep zelf, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Om die reden is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19101

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],
v-nummer: [v-nummer],
mede namens haar minderjarige kinderen

[naam],

geboren op [geboortedatum],
v-nummer: [v-nummer],
en

[naam],

geboren op [geboortedatum],
v-nummer: [v-nummer],
en

[naam],

geboren op [geboortedatum],
v-nummer: [v-nummer],
allen van Nigeriaanse nationaliteit en hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
en
de minister van Asiel en Migratie (voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid).

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer NL24.19100), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.