ECLI:NL:RBDHA:2024:12373

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 2489
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 7:1 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen Woo-verzoek en doorverwijzing naar bezwaarprocedure

Eiser heeft op 25 april 2023 een Woo-verzoek ingediend voor openbaarmaking van documenten over contacten van het ministerie van VWS met een bedrijf over de aankoop van Corona-gerelateerde vaccins. Na eerdere procedures waarin het niet tijdig beslissen werd vastgesteld, heeft verweerder op 17 juni 2024 alsnog een besluit genomen waarin werd meegedeeld dat de gevraagde informatie reeds openbaar is.

Eiser stelde vervolgens een beroep in tegen het niet tijdig beslissen, maar omdat tijdens de beroepsprocedure het primaire besluit is genomen, is het belang bij het beroep komen te vervallen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

Omdat het beroep mede betrekking heeft op het primaire besluit dat niet geheel tegemoetkomt aan de vordering van eiser, wordt het beroep geacht ook een bezwaar tegen dat besluit in te houden. De rechtbank verwijst het beroep naar verweerder ter behandeling als bezwaar en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het primaire besluit is verwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2489

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), verweerder

(gemachtigde: mr. J.A. ter Schure).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. [1]
1.1.
Verweerder heeft met het verweerschrift van 19 april 2024 gereageerd.
1.2.
Met het besluit van 17 juni 2024 heeft verweerder op het Woo-verzoek beslist.

Overwegingen

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Eiser heeft op 25 april 2023, nader gepreciseerd op 4 en 17 mei 2023, onder verwijzing naar document 1119530 van het thema Vaccinaties en Medicaties, verzocht om openbaarmaking van documenten. Het gaat - samengevat - om contacten van VWS met [bedrijfsnaam] over de aankoop van (Corona-gerelateerde) vaccins in het buitenland, niet enkel beperkt tot Duitsland en tot het contact waar dit document op ziet. Het gaat naast schriftelijke/digitale documenten ook om SMS en/of chatberichten. Het gaat om de periode 1 januari 2021 tot en met 1 juli 2022. [2]
2.2.
Bij uitspraak van deze rechtbank van 18 september 2023 is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek gegrond verklaard, is het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en is verweerder opgedragen uiterlijk op 31 december 2023 te beslissen op het Woo-verzoek met een dwangsombepaling met een maximum van € 15.000,- (SGR 23/4273). Bij uitspraak van deze rechtbank van 30 november 2023 is het door opposant (eiser) tegen de uitspraak van
18 september 2023 gedane verzet ongegrond verklaard (SGR 23/4273V).
2.3.
Eiser heeft het onderhavige beroep niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek ingediend op 28 maart 2024.
Verweerder heeft in zijn verweerschrift meegedeeld dat op het moment van het instellen van het onderhavige beroep sprake was van overschrijding van de beslistermijn.
2.4.
Met het (primaire) besluit van 17 juni 2024 [3] heeft verweerder eiser meegedeeld dat de door hem gevraagde informatie al openbaar is en terug te vinden is op ‘open.minvws.nl’. De plicht tot openbaarmaking op grond van de Woo heeft geen betrekking op informatie die reeds openbaar is. Voorts is aan eiser een persoonlijke link verstrekt, voor de relevante documenten voor zijn verzoek.
Eiser is het niet eens met dit besluit en heeft zijn gronden nader aangevuld.
Overwegingen
3.1.
Nu verweerder tijdens de beroepsprocedure alsnog een besluit heeft genomen op het Woo-verzoek, is het belang van eiser bij een uitspraak op het beroep niet tijdig beslissen komen te ontvallen. Het beroep niet tijdig beslissen is wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk.
3.2.
Aangezien het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit van 17 juni 2024 (een primair besluit) en dat besluit niet geheel aan het beroep tegemoet komt, wordt dit beroep, gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb, geacht mede een beroep tegen dit besluit in te houden. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient tegen dat besluit eerst een bezwaarschrift te worden ingediend. Het door eiser ingestelde beroep wordt derhalve met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb naar het verweerder verwezen teneinde als bezwaarschrift te worden behandeld. [4] Nu het beroepschrift en de overige stukken reeds in bezit zijn van verweerder, zal de rechtbank dit niet opnieuw toezenden en volstaan met deze mededeling.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Verweerder dient wel aan het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank
  • verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek van 25 april 2023 niet-ontvankelijk;
  • verwijst het beroep, voor zover dit is gericht tegen het besluit van 17 juni 2024, naar verweerder ter behandeling als bezwaar;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Ingevolge de Wet open overheid (Woo)
2.Bij verweerder geregistreerd als Woo-verzoek 2023.076
3.Kenmerk 3843331-1067177-PDO
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (de Afdeling) van 18 oktober 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BO2903), r.o. 2.3.