ECLI:NL:RBDHA:2024:12415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, met een rechterlijke dwangsom.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De kern van het geschil betreft de toepasselijkheid van het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat de beslistermijn geldig is verlengd en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 15 november 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot 15 februari 2025. De ingebrekestelling van 26 april 2024 is daardoor te vroeg, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.