ECLI:NL:RBDHA:2024:12486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bevestiging optieverklaring Nederlanderschap wegens ernstig vermoeden gevaar openbare orde
Eiser, met de Italiaanse nationaliteit, diende op 14 november 2022 een optieverklaring in om het Nederlanderschap te verkrijgen. Verweerder weigerde deze te bevestigen omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat eiser gevaar oplevert voor de openbare orde, goede zeden of veiligheid van het Koninkrijk. Eiser voerde aan dat de late tenuitvoerlegging van zijn straf niet aan hem te wijten is en dat de afwijzing in strijd is met het redelijkheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, het verbod op willekeur en artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geweigerd de optieverklaring te bevestigen. Hoewel de periode tussen het onherroepelijk worden van de veroordeling en de tenuitvoerlegging 8,5 jaar bedroeg, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de late tenuitvoerlegging in doorslaggevende mate aan nalaten van de autoriteiten is toe te schrijven. Eiser was sinds 2007 op de hoogte van zijn veroordelingen en heeft zich niet tot de autoriteiten gewend om de straf met voorrang te ondergaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser door zijn vertrek naar Nederland de risico's van late tenuitvoerlegging heeft aanvaard. De strafrechter heeft bovendien rekening gehouden met de late tenuitvoerlegging door een voorwaardelijke invrijheidsstelling toe te passen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook is artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing op deze procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de optieverklaring.