ECLI:NL:RBDHA:2024:12492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiseres heeft op 21 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat verweerder niet tijdig op haar aanvraag had beslist en stelde een ingebrekestelling op 1 mei 2024. Verweerder had echter de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3, waardoor de termijn pas op 21 januari 2025 zou aflopen.
De rechtbank stelde vast dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat de ingebrekestelling van eiseres daarom te vroeg was ingediend. Dit betekent dat niet was voldaan aan de vereisten om beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin de geldigheid van de verlenging was bevestigd.
Omdat het beroep niet ontvankelijk werd verklaard, werd de zaak niet inhoudelijk behandeld. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling door de geldige verlenging van de beslistermijn.