ECLI:NL:RBDHA:2024:12496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aangepast leerlingenvervoer voor zoon van eiseres
Eiseres diende een aanvraag in voor aangepast leerlingenvervoer voor haar zoon die overstapte naar speciaal onderwijs. De aanvraag werd door het college afgewezen en dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht of het college terecht de aanvraag had afgewezen.
De kern van het geschil was of de begeleiding van de zoon naar school de verantwoordelijkheid van de ouders is of dat het college een vervoersvoorziening moet bieden. Eiseres stelde dat zij en haar man hun zoon niet zelf kunnen begeleiden en dat een vervoersvoorziening noodzakelijk is. Ook werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij of haar echtgenoot niet in staat zijn hun zoon te begeleiden. Daarbij werd meegewogen dat een ander kind zelfstandig naar school kan reizen en dat de school van het andere kind dichtbij is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het college de aanvraag voor aangepast leerlingenvervoer mocht afwijzen. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag aangepast leerlingenvervoer.