ECLI:NL:RBDHA:2024:12503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid minister bij uitzetting
Eiser is sinds 26 april 2024 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft de rechtbank geïnformeerd over het voortduren van deze bewaring, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser tegen deze voortduring. De rechtbank heeft dit beroep op 2 augustus 2024 behandeld via telehoor.
De nationaliteit van eiser is op 18 april 2024 bevestigd door de Algerijnse autoriteiten en een geplande vlucht op 16 mei 2024 is geannuleerd wegens het niet afgeven van een laissez-passer. De minister voert aan dat zij regelmatig rappelleert en vertrekgesprekken voert, maar kan niet verklaren waarom de laissez-passer niet is afgegeven.
De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende voortvarend is in haar inspanningen, omdat zij geen navraag heeft gedaan bij de Algerijnse autoriteiten en geen dossieractiviteiten heeft verricht. De voortduring van de bewaring is daardoor onrechtmatig geworden. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van de uitspraakdatum, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van €875.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid minister bij uitzetting.