ECLI:NL:RBDHA:2024:1251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zorgtoeslag 2020 wegens inkomenscorrectie afgewezen
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling en terugvordering van de zorgtoeslag over 2020, waarbij het toetsingsinkomen werd verhoogd van een geschatte €12.313 naar €22.070. Verweerder stelde dat het inkomen correct was vastgesteld op basis van de Basisregistratie Inkomensgegevens (BRI) en dat terugvordering wettelijk verplicht was. Eiseres voerde onder meer schending van de hoorplicht, het vertrouwensbeginsel en zorgplicht aan, en verzocht om kwijtschelding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende pogingen had gedaan om eiseres te horen, dat er geen sprake was van een onvoorwaardelijke toezegging die het vertrouwensbeginsel schond, en dat de zorgplicht niet was overtreden. Tevens ontbraken bijzondere omstandigheden die een matiging of kwijtschelding van de terugvordering rechtvaardigen. De wettelijke regeling (artikel 26 Awir Pro) verplicht tot volledige terugvordering bij een te hoog vastgesteld inkomen.
Hoewel eiseres een beroep deed op betalingsonmacht voor het griffierecht, werd dit niet onderbouwd met bewijsstukken. De rechtbank besloot het beroep inhoudelijk te behandelen en wees het ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de zorgtoeslag 2020 wordt ongegrond verklaard.