ECLI:NL:RBDHA:2024:1252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen ongegrond verklaard. De staatssecretaris had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en dit land het verzoek tot terugname heeft aanvaard.
Eiser stelde dat hij in Duitsland geen adequate juridische bijstand had ontvangen en dat hij vanwege zijn medische situatie en zijn biseksualiteit bijzonder kwetsbaar zou zijn, zodat aanvullende garanties vereist zouden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Duitsland tekortschiet in zijn asielprocedure of opvang.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het C.K.-arrest faalde, omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zijn medische situatie bijzonder ernstig is en dat overdracht naar Duitsland tot een onomkeerbare verslechtering zou leiden. Het verschil in beschermingsbeleid voor LHBTI-personen tussen Nederland en Duitsland werd niet beoordeeld, omdat de rechter volgens het arrest van 30 november 2023 niet mag toetsen aan het beleid van de aangezochte lidstaat.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.