Eisers hebben beroep ingesteld tegen de verlening van een omzettingsvergunning voor het pand aan een adres in Den Haag, waarbij het pand mag worden omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte voor maximaal acht personen. Eisers vrezen aantasting van hun woongenot en wijzen op vermeende intrekking van de vergunning en parkeerproblemen.
De rechtbank oordeelt dat de omzettingsvergunning niet is ingetrokken omdat het college van burgemeester en wethouders geen besluit tot intrekking heeft genomen. De toetsing van de vergunning vindt plaats aan de hand van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Nota Voorraadbeleid 2021, waarin onder meer een maximum van 5% kamerbewoning per wijk geldt en beperkingen op basis van WOZ-waarde en bevolkingsdichtheid.
De rechtbank stelt vast dat het college de toets correct en volledig heeft toegepast en dat de situatie rondom overlastgevende huurders is opgelost. Daarnaast is parkeren geen onderdeel van het toetsingskader en is niet aannemelijk gemaakt dat er een tekort aan parkeerplaatsen is ontstaan. Het college beschikt over bestuursrechtelijke bevoegdheden om naleving van de vergunning te controleren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft van kracht en eisers krijgen het griffierecht niet terug. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.