ECLI:NL:RBDHA:2024:12584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet-tijdige indiening
Eiser, een voormalige bewaker van Afghan Security Guard (ASG) voor de Nederlandse krijgsmacht in Afghanistan, verzocht op 18 februari 2023 om overbrenging naar Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet tot de afgebakende groepen behoorde die volgens de Kamerbrief van 11 oktober 2021 in aanmerking komen voor overbrenging, mede omdat hij het verzoek niet vóór die datum had ingediend.
Eiser stelde dat hij wel degelijk onder de groepen viel en dat het onderscheid tussen direct bij Defensie werkzame personen en personen die via een subcontractor werkten, onterecht was. Hij verwees naar diverse bewijsstukken, waaronder een getuigenverklaring en mensenrechtenrapporten, om aan te tonen dat hij risico liep vanwege zijn zichtbaarheid voor de Taliban.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in beroep een andere afwijzingsgrond hanteerde dan in het bestreden besluit, waardoor het besluit in strijd is met artikel 3:46 Awb Pro en vernietigd moet worden. Echter, de rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser niet tot de afgebakende groep behoorde en verweerder redelijkerwijs mocht stellen dat het verzoek vóór 11 oktober 2021 had moeten worden ingediend.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel leidde niet tot een ander oordeel. Ook de gevaarzetting in Afghanistan kon niet worden betrokken bij de beoordeling omdat het hier om buitenwettelijk begunstigend beleid gaat. De rechtbank kende eiser een proceskostenvergoeding toe en behandelde deze zaak samen met vijf soortgelijke zaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.